X

Tijdbalk
Laatste IJstijd
Jonge Steentijd
Kopertijd
Bronstijd
IJzertijd
Romeinse Tijd
Lege Periode
Vroege Middeleeuwen
Hoge Middeleeuwen
Late Middeleeuwen
Vroegmoderne Tijd
Moderne Tijd
TIJDBALK

In maart 2018 werd aan de vaste collectie van Museum Wierdenland een nieuw onderdeel toegevoegd: de 'Tijdbalk'. Het zet het verhaal van de terpen en wierden in de brede context van belangrijke historische ontwikkelingen en gebeurtenissen die tussen ruwweg 116.000 jaar geleden en heden in Noord-Nederland en daarbuiten plaatsvonden: de eerste beeldende kunstuitingen, de bouw van de Chinese Muur, de bouw van hunebedden, de Romeinse expansie, de verspreiding van het Christendom enz. De Tijdbalk biedt de bezoeker van het museum op deze manier enige houvast bij het in een juist tijdskader plaatsen van datgene wat de tentoonstellingen te bieden hebben.

De Tijdbalk is het resultaat van een samenwerking tussen museum Wierdenland en verschillende noordelijke musea, die onder andere informatie en beeldmateriaal aanleverden.

Klik op de naar rechts wijzende pijk hieronder om met het bekijken van de webversie van de tijdbalk te beginnen, of kies een tijdbalkperiode via de omhoog wijzende pijl.

Klik hier voor de met deze pagina corresponderende videopagina.



 
Laatste IJstijd
116.000 - 12.000 jr. geleden
Landschap en klimaat
Tijdens de laatste ijstijd, zo'n 116.000 - 12.000 jaar geleden, heersten in het huidige Nederland de omstandigheden van een poolwoestijn en een toendraklimaat. Het landijs bereikte ons gebied niet en Noord-Nederland was dus niet door een ijskap bedekt. Wel was de ondergrond bevroren.

Twee mensensoorten
Europa en Azië werden niet alleen bewoond door mensen behorend tot onze huidige soort, maar ook door Neanderthalers, een mensensoort die rond 250.000 jaar geleden ontstond en ca. 30.000 jaar geleden door nog onbekende in vrij korte tijd van de aardbodem verdween. Hun plotselinge uitsterven valt min of meer samen met de komst vanuit Afrika van ons eigen menstype, zo'n 40.000 jaar geleden.
In Drenthe zijn bij Assen en Zeijen kampen van Neanderthalers aangetroffen.

Neanderthaler

Kunst in de IJstijd
30.000 jaar geleden maakten de mensen al kunstvoorwerpen. In 1908 werd bij het Oostenrijkse Willendorf een uit kalksteen gesneden en met rode oker gekleurd beeldje gevonden dat bekend staat als de 'Venus van Willendorf' en bewaard wordt in het Natuurhistorisch Museum Wenen. Het is zo'n 30.000 - 27.000 jaar oud.

Venus van Willendorf

En in 1940 ontdekten tieners de wereldberoemde grotten van Lascaux in Frankrijk. De goed op de wanden van de grotten bewaarde schilderingen, die rond 17.000 tot 12.000 jaar geleden gemaakt werden, stellen vooral dieren voor.

Schilderingen in de grotten van Lascaux

Kano van Pesse
10.000 jaar oud
Jonge Steentijd
12.000 - 4.000/6.000 jr. geleden
De Jonge Steentijd
Met deze term wordt een periode aangeduid die na de laatste ijstijd begon, zo'n 12.000 jaar geleden, en 6000 - 8000 jaar duurde. Gebruiksvoorwerpen werden van steen gemaakt (zoals dat overigens ook al het geval was toen de eerste leden van onze huidige mensensoort ca. 40.000 jaar geleden vanuit Afrika naar Europa trokken; vroegere mensachtigen zoals 'Homo erectus' gebruikten steen bijna 2 miljoen jaar geleden ook al).

Niet alleen steen
In de Jonge Steentijd werden ook wel houten en benen gebruiksvoorwerpen gemaakt. In 1955 werd tijdens de aanleg van de A28 een prehistorische kano bij het Drentse dorp Pesse gevonden. De 'kano van Pesse' is ongeveer 10.000 jaar oud en is daarmee het oudste vaartuig ter wereld. Hij meet 300 bij 44 centimeter.

De Kano van Pesse

Kunstmatige ophogingen
Met het begin van de Jonge Steentijd (en het eindigen van de Laatste IJstijd) stegen de temperatuur en de zeespiegel. In Noord-Nederland rukte de zee op. Er was echter nog lang geen sprake van dat de mensen in dit gebied zich tegen de zee beschermden met behulp van kunstmatige ophogingen. Uit de Jonge Steentijd daterende ophogingen zijn wel buiten Nederland gevonden, zij het dat het hier niet gaat om ophogingen die bedoeld zijn als bescherming tegen de zee. In Syrië zijn op de archeologische site Tell Sabi Abyad in de Balikh Rivier vallei kunstmatige heuvels gevonden, 'tells' genaamd, die ontstaan zijn door eeuwen van menselijke bebouwing op een en dezelfde plaats. De oudste zijn 12.000 jaar oud.

Tell Sabi Abyad

Van jagen-verzamelen naar landbouw en veeteelt
In het Midden-Oosten kenmerkt de tweede helft van de Jonge Steentijd zich vanaf ongeveer 7.000 jaar geleden door een geleidelijke overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden, aan landbouw en veeteelt deden en dieren domesticeerden. Deze overgang wordt aangeduid met de term 'neolithische revolutie'.

Neolithische revolutie
 
In Nederland liet deze overgang nog wat op zich wachten. Het ongeveer 7.000 jaar oude skelet van 'Trijntje', het oudste skelet dat ooit in Nederland is aangetroffen, is dan ook dat van een vrouw uit een cultuur van jagers-verzamelaars. (Trijntje werd in 1997 gevonden tijdens de aanleg van de Betuweroute bij Hardingxveld-Giessendam, vandaar de naam).

Skelet van 'Trijntje'

Einde Jonge Steentijd
In Nederland eindigde de Jonge Steendtijd rond 4.000 jaar geleden (2.000 v. Chr.), toen men brons ging gebruiken voor de vervaardiging van gebruiksvoorwerpen. Buiten Nederland liep de Jonge Steentijd in bepaalde gebieden 2.000 jaar eerder ten einde, toen men overging op het gebruik van koper. In Nederland is niet echt sprake geweest van een periode waarin men koper gebruikte alvorens over te gaan op brons.

Ötzi, de ijsmummie
met de koperen bijl
Kopertijd
4.000 - 3.000 v. Chr.
De Kopertijd wordt gesitueerd in een periode die ruwweg van 6.000 jaar geleden tot 5.000 jaar geleden duurde (4.000 - 3.000 v. Chr.). Het is de tijd waarin de mens leerde koper te bewerken en er gereedschappen van te maken. Dat was met name het geval in Centraal-Europa. In West-Europa was de overgang van steen naar koper niet een algemene trend.

De ijsmummie met de koperen bijl
In 1991 werd aan de rand van een gletsjer, op 3.210 meter hoogte in de Italiaanse Ötztaler Alpen, het ca. 5.300 jaar oude en in het ijs goed geconserveerde lichaam gevonden van een man uit de Kopertijd. De ijsmummie had een koperen bijl bij zich.
Ötzi, de naam die de mummie kreeg, is de oudste menselijke mummie die in Europa is gevonden. Bestudering van zijn voeding, kleding, uitrusting en bewapening, heeft veel kennis opgeleverd over het leven in de Koperijd.

Ötzi, de ijsmummie met de koperen bijl

Nederland en de Kopertijd
Voor Nederland kan men niet of nauwelijks spreken van een 'koperperiode'. In onze streken ging men gewoon door met het gebruik van steen voor de vervaardiging van gebruiksvoorwerpen totdat zo'n 4.000 jaar geleden (2.000 v. Chr.) overgegaan werd op brons. Die overgang vond in grote delen van Europa al zo'n 1.000 jaar eerder plaats, dus 5.000 jaar geleden (3.000 v. Chr.).

Hunebedden
Tegen het midden of einde van de periode waar het hier over gaat (4.000 - 3.000 v. Chr.) begonnen mensen uit Noord-Nederland met het bouwen van enorme graven - hunebedden - voor de overledenen. We vinden ze nog vooral terug in Drenthe, veelal op de Hondsrug.
Maar hunebedden zijn niet een exclusief Drentse aangelegenheid. Ook buiten het huidige Drenthe werden hunebedden gebouwd. Zo werd er bij archeologisch onderzoek in de jaren '80 een hunebed aangetroffen in de ondergrond van een wierde bij Delfzijl.
Hunebedden zijn ook geen exclusief Nederlandse aangelegenheid. Ze werden ook in Noord-Duitsland en Denemarken gebouwd.
In alle gevallen waren de bouwers boeren van de zogeheten trechterbekercultuur.

Hunebed


Vondst bij een
grafheuvel in Drouwen
Bronstijd
3.000/2.000 - 1.200/800 v. Chr.
Van steen en koper naar brons
In gebieden in Europa waar gedurende een bepaalde tijd op regelmatige basis koper werd gebruikt voor de vervaardiging van gereedschap en gebruiksvoorwerpen (Centraal-Europa) begon de Bronstijd 5.000 jaar geleden, en duurde die periode tot ca. 3.200 jaar geleden (3.000 - 1.200 v. Chr.). In Nederland, waar koper nooit een gangbaar materiaal is geweest, ging men pas rond 4.000 jaar geleden over van steen op brons. In ons land liep de bronstijdperiode rond 2.800 jaar geleden af (2.000 - 800 v. Chr.).

Archeologische bronstijdvondst in Drenthe
In 1927 trof de archeoloog Albert van Giffen in een grafheuvel in de buurt van Drouwen (Drenthe) een graf uit de Bronstijd aan met daarin onder andere een bronzen zwaard en scheermes, en een aantal voorwerpen van vuursteen, waaronder pijlpunten, een slijpsteen en een vuurslag.
De oudheid van het graf is berekend op 3.800 jaar. Het zwaard is het oudste van Nederland.

Bronstijdvondst bij Drouwen

Twee belangrijke historische momenten in de Bronstijd
1. Stonehenge
Rond 3.000 v. Chr. begonnen mensen in de buurt van het huidige Salisbury (Engeland) met de bouw van een megalithisch monument dat bekend is geworden onder de naam 'Stonehenge'. Het monument werd in verschillende fases gebouwd, die samen minstens 1.000 jaar of meer overspannen. Het bestaat uit grote staande stenen omringd door een aarden wal en behoort tot de beroemste prehistorische locaties ter wereld.

Stonehenge
 
2. De piramides van Gizeh
De piramides van Gizeh werden van 2.560 tot 2.500 v. Chr. gebouwd. Zoals alle piramides dienden ze als grafmonument voor de farao.
In totaal zijn 80 Egyptische piramides bewaard gebleven.

Piramides van Gizeh


Kunstmatige ophogingen
op kwelderwallen
IJzertijd
1.200/600 - 700/0 v. Chr.
De IJzertijd wordt gekenmerkt door het gebruik van voornamelijk ijzer voor gereedschap en gebruiksvoorwerpen. In bepaalde delen van Europa en Azië begon die periode al rond 1200 v. Chr. (Griekenland, de Levant en India), in Nederland en andere gebieden in Europa gebeurde dat een stuk later: 800 tot 600 v. Chr.
Men laat het einde van de IJzertijd doorgaans samenvallen met het begin van de Romeinse Tijd. Dat moment ligt rond 2.700 jaar achter ons. Maar voor gebieden als het huidige Nederland en België wordt het begin van de Romeinse Tijd, en dus het einde van de IJzertijd, gelijkgeschakeld met het begin van de jaartelling, ruim 2.000 jaar geleden.

Wierden
Niet lang nadat de IJzertijd in Nederland zijn intrede had gedaan, begonnen mensen in het huidige Groningen en Friesland, rond 600 v. Chr., op kwelder- en oeverwallen kunstmatige ophogingen te maken om zich te beschermen tegen het stijgende zeewater. Daarbij gebruikten ze stro, mest en afval. Deze ophogingen worden in Groningen 'wierden' genoemd; in Friesland spreekt men van 'terpen'. Het proces van opslibbing en wierdebouw, waarbij steeds noordelijker nieuwe kwelderwallen en wierden ontstonden, ging door tot aan de bedijkingen in de 12e eeuw n. Chr.

Een IJzertijdmasker
Tijdens archeologisch onderzoek in 1971 in Middelstum (Groningen) werd een gezichtsmasker gevonden. Het is het enige bekende voorbeeld van zo'n masker en daarmee uniek in zijn soort. Het dateert van ergens halverwege de Nederlandse IJzertijd: het is ongeveer 2.400 jaar oud.

IJzertijdmasker

Belangrijke historische momenten binnen de periode van de (Nederlandse) IJzertijd
In de tijd dat de mensen in Noord-Nederland bezig waren met kunstmatige ophoging van hun leef- en werkgebied met behulp van mest, stro en afval, was er elders in de wereld ook een en ander aan de hand.
 
1. De Chinese Muur
2.600 jaar geleden (600 v. Chr.) ontstonden de eerste delen van de Chinese Muur.

De Chinese Muur
 
2. Het Parthenon
In 447 v. Chr. begonnen de oude Grieken in Athene met de bouw van het Parthenon, een tempel voor de godin Pallas Athena.

Het Parthenon
 
3. Rome
Rond 400 v. Chr. had Rome al de omvang van een flinke stad, die in relatief korte tijd zou uitgroeien tot de machtigste van de Oudheid. (Volgens de legende werd Rome in het jaar 753 v. Chr. gesticht door Romulus en Remus, op 21 april tussen 8 en 9 uur 's morgens).

Romulus en Remus
 
4. Alexander de Grote
Van 356 tot 323 v. Chr. heerste de Macedonische koning Alexander de Grote over een rijk dat zich uitstrekte van de Ionische Zee tot aan de Himalaya.

Alexander de Grote
 
5. Julius Caesar
Tussen 49 en 44 jaar v. Chr. breidde Julius Caesar het Romeinse Rijk aanzienlijk uit, onder meer door Gallië te veroveren.

Julius Caesar

Kunstmatige ophogingen
op kwelderwallen
Romeinse Tijd
700/0 v. Chr. - 500 n. Chr.
In zijn ruime betekenis wordt de term 'Romeinse Tijd' doorgaans gebruikt om te verwijzen naar de periode die begint met de opkomst en expansie van Rome en eindigt met de val van het West-Romeinse Rijk. Het is dus ruwweg de tijd tussen 700 v. Chr. en 500 n. Chr.
Voor Nederland laat men het begin van de Romeinse Tijd samenvallen met het moment waarop de Romeinen ons land binnenvallen, rond het begin van de jaartelling. De 'Nederlandse Romeinse Tijd' is dus grofweg de periode tussen het begin van de jaartelling en 500 n. Chr.
In Noord-Nederland zijn de Romeinen aan de macht tussen 12 v. Chr. en 47 na Chr. Daarna trekken ze zich terug tot achter de Rijn, de noordgrens van hun rijk. In het Latijn heet deze grens 'limes'. Vlak bij Houten staat een replica van een Romeinse uitkijktoren bij de voormalige grensplaats Fectio.

Romeinse uitkijktoren

De Romeinse invloed in Nederland (en West-Europa) zal zich nog doen gelden tot aan de val van het (West-)Romeinse Rijk, rond 500 n. Chr.

Vondsten in de 'Nederlandse' Romeinse Tijd
1. Het meisje van Yde
In 1897 vonden arbeiders tijdens het turfsteken een lijk in het veen by Yde (Drenthe). Het bleek een naar schatting 16-jarig meisje te zijn uit het begin van de jaartelling. Mogelijk was het een offer aan de goden. In 1994 werd haar gezicht gereconstrueerd.

Het meisje van Yde
 
2. Het schrijfplankje van Tolsum
Bij afgravingen op de wierde van Tolsum (Friesland) werd in 1914 een Romeins wastafeltje gevonden. Daarop staat een overeenkomst in het Latijn over de terugbetaling van een geldlening. Het is de oudste tekst die in Nederland is aangetroffen. Het plankje dateert van 29 jaar na Chr.

Het Schrijfplankje van Tolsum
 
3. Jupiterbeeldje
In 1929 werd in Ezinge (Groningen) een beeldje van de Romeinse oppergod Jupiter gevonden. Vermoedelijk was het daar beland door handelscontacten tussen lokale bewoners en de Romeinen. Het kan ook een souvenir geweest zijn van iemand die een reis naar Romeins gebied maakte. Het beeldje wordt gedateerd op 250 jaar na Chr.

Jupiterbeeldje

Kunstmatige ophogingen
op kwelderwallen
De Lege Periode
100 - 500 n. Chr.
Tussen 100 en 500 na Chr. trokken mensen door nog onbekende oorzaak uit het wierdengebied weg. De bewoning van de kwelders langs de Noordzeekust liep sterk terug; veel wierden werden geheel verlaten. Alleen op enkele plekken in Groningen bleef een restbewoning bestaan. Ezinge was een van de weinige plaatsen die ook in deze tijd bewoond waren, hoewel er veel minder mensen woonden dan voorheen. De exacte oorzaak van de migratiestromen is onduidelijk.
Aan het einde van de periode wordt de leegloop gecompenseerd door de vestiging in het wierdengebied van nieuwe bewoners, Angelsaksen uit het oosten. De kustlijn heeft op dat moment zijn huidige vorm.

Bonifatius
In 754 door de Friezen
bij Dokkum vermoord
De Vroege Middeleeuwen
500 - 1050
I. De Vroege Middeleeuwen
 
De Vroege Middeleeuwen worden geplaatst tussen 500 en 1050 n. Chr. Het was een tijd vol veranderingen. Het Christendom werd geïntroduceerd in de gebieden waar het zich nog niet had verspreid (zoals Nederland), de Franken breidden onder Karel de Grote via oorlogen hun macht in hoog tempo uit en de Vikingen vielen ons land meerdere malen binnen.
Buiten Europa groeide de Islam, die rond het jaar 600 ontstaan was, vanaf 800 al gauw uit tot een van de grote wereldgodsdiensten.

Bonifatius (672 - 754)
De introductie van het Christendom in Nederland verliep langzaam en niet altijd rimpelloos. In 754 werd de Angelsaksische missionaris Bonifatius bij Dokkum door Friezen vermoord.

Bonifatius

Karel de Grote (747 - 814)
Karel de Grote wist rond 800 een groot deel van Europa aan zich te onderwerpen. Ook het huidige Nederland hoorde bij zijn rijk. In 800 werd Karel de Grote door de paus tot keizer van het Westen gekroond.

Karel de Grote

De Vikingen
De Vikingen zijn ons land in de Vroegere Middeleeuwen ten minste een aantal keren binnengevallen. Vanaf 834 tot 863 werd Dorestad - vlak bij het huidige Wijk bij Duurstede - meermaals door hen geplunderd. En in 857 plunderden en verwoestten zij Meginhardeswich, later bekend als Meinerswijk bij Arnhem.

 
Buiten Europa: de Islam
Vanaf de 7e eeuw groeit de Islam uit tot een van de grote wereldgodsdiensten. De Grote Moskee van Samarra zou met zij spiraalvormige minaret de inspiratiebron zijn geweest voor Bruegels 'De Toren van Babel'.

De Grote Moskee van Samarra, Irak
 
II. Vroegmiddeleeuwse vondsten
 
Bij de vroegmiddeleeuwse archeologische vondsten in Nederland is er één die misschien direct in verband kan worden gebracht met wat we van de vroegmiddeleeuwse Nederlandse geschiedenis weten. Het gaat om de Fibula van Wijnaldum, een mantelspeld waarvan delen achtereenvolgens in 1953, in de jaren '90 en in 2009 werden gevonden in een terp bij het Friese Wijnaldum, en die gedateerd is op 625 n. Chr. Reconstructie van de speld bracht aan het licht dat de afbeelding op de kopplaat de god Wodan betreft, een god die bij de Vikingen in hoog aanzien stond.

Fibula van Wijnaldum
 
Andere vroegmiddeleeuwse vondsten betreffen het in een wierde bij Westeremden (Groningen) gevonden Runenstokje van Westeremden (400 - 700; gevonden in 1971), een houten stokje met daarop een tekst in runenschrift, het oudste schrift van Noord-Europa

Runenstokje van Westeremden
 
en het uit de 8e eeuw daterende Dubbel Paardengraf, dat in 1933 ontdekt werd bij opgravingen in de wierde De Bouwerd bij Ezinge (Groningen). Nog altijd is het een raadsel waarom het graf twee paarden en een hond bevat.

Dubbel Paardengraf


Politieke stabiliteit
Opbloei van het geestelijke
en culturele leven
De Hoge Middeleeuwen
1.050 - 1.250
Europa.
De Hoge Middeleeuwen duurden van ca. 1.050 tot 1.250. In de periode ervoor werd Europa geteisterd door invallen van Vikingen en oorlogen. In de Hoge Middeleeuwen kwam er meer stabiliteit in de Europese politieke verhoudingen. Het geestelijke en culturele leven bloeide op.

Noord-Nederland.
Vanaf 1.100 was men in Noord-Nederland door de aanleg van zeewerende dijken niet langer aangewezen op de wierden om het droog te houden.
Tegen het einde van de Hoge Middeleeuwen en nog eeuwen daarna werden in Groningen veel kloosters gesticht, zoals het Cisterciënzerklooster de St. Bernardusabdij in Aduard (1.192). De periode van 1.200 tot 1.500 wordt in Noord-Nederland dan ook wel de Tijd van de Kloosters genoemd.

Klooster van Aduard

Buiten Europa.
In de vroege 12e eeuw werd in Siem Reap (Cambodja) het grootste religieuze monument ter wereld gebouwd. Oorspronkelijk gebouwd als hindoetempel ontwikkelde het zich geleidelijk tot boeddhistisch heiligdom.

Angkor Wat

Genghis Kahn (1.162 - 1.227), een Mongools heerser en veroveraar, verenigde de Mongoolse stammen en stichtte het qua oppervlak grootste rijk in de wereldgeschiedenis. Het strekte zich uit van China tot aan de Donau.

Genghis Kahn

Hongersnoden, builenpest, volksopstanden,
Renaissance, Columbus.
De Late Middeleeuwen
1.250 - 1.500
Europa.
De Late Middeleeuwen duurden van ca. 1.250 tot 1.500. Ze werden gekenmerkt door een toenemende verstedelijking in Europa, het afbrokkelen van de macht van de adel, en de ravages die hongersnoden, volksopstanden en de builenpest aanrichtten.
Het was ook de periode waarin de Renaissance zich over Europa begon uit te spreiden en nieuwe continenten werden ontdekt (1.492: ontdekking van Amerika door Columbus).

1.492: Columbus meent een nieuwe route naar Azië te hebben gevonden. In werkelijkheid ontdekt hij Amerika.

Noord-Nederland.
Vanaf de 12e eeuw werden er kerken gebouwd op de wierden. De kerk van Ezinge (Groningen) dateert uit de 13e eeuw.

Kerk van Ezinge

Buiten Europa.
Onder leiding van hun heerser Pachacuti beginnen de Inca's rond 1.440 met de bouw van Machu Piccu (Peru). De stad blijft bewoond tot aan de Spaanse verovering van het gebied in 1.532.

Machu Piccu


Boekdrukkunst, humanisme, kolonisatie,
slavenhandel, godsdienstoorlogen.
Vroegmoderne Tijd
1.500 - 1.800
Europa.
In de Vroegmoderne Tijd (1.500 - 1.800) veranderde het mensbeeld onder invloed van het humanisme. Klassiek-religieuze ideeën maakten plaats voor modern-wetenschappelijke inzichten die dank zij de ontwikkeling van de boekdrukkunst in korte tijd onder een groot publiek verspreid konden worden.
Europese landen koloniseerden andere werelddelen en gedurende de gehele Vroegmoderne Tijd werden slaven verhandeld en gedwongen om in gekoloniseerde gebieden zware arbeid te verrichten.
Er vond een aantal conflicten in Europa plaats tussen katholieken en protestanten (Dertigjarige Oorlog, Tachtigjarige Oorlog).
In Engeland begon rond 1.750 de Industriële Revolutie.

Noord-Nederland.
De Slag bij Heiligerlee op 23 mei 1568 luidt het begin in van de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje. Voor het eerst wordt een Spaans leger door opstandeligen in Nederland verslagen. In 1594 wordt de stad Groningen op de Spanjaarden veroverd. Vanaf dat moment maken 'stad en Ommelanden' deel uit van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

Slag bij Heiligerlee

De West-Indische Compagnie (WIC; 1621 - 1782) krijgt van de Staten-Generaal der Nederlanden het monopolie op de overzeese handel in Afrika en de Amerika's. In de stad Groningen zetelt een van de vijf Kamers van de WIC. Ook heeft de WIC een scheepswerf aan de Noorderhaven.
 
In de nacht van 24 op 25 december 1717 treft een stormvloed de kustgebieden van Nederland, Duitsland en Denemarken. Het water richt grote verwoestingen aan en komt zelfs tot aan de stad Groningen. Naar schatting 14.000 mensen komen om. De Kerstvloed is de laatste grote overstroming in Noord-Nederland. Na de vloed wordt de verantwoordelijkheid voor de dijken overgedragen aan de Nederlandse overheid. Tot dan lag deze bij de grondeigenaren.

Kerstvloed 1717

Nederland en Europa.
In 1799 zet de Franse legeraanvoerder Napoleon Bonaparte (1769 - 1821) de Franse regering opzij en neemt hij de macht over. Daarna verovert hij bijna heel Europa. Ook Nederland maakt deel uit van Napoleons rijk. Na de nederlaag van Napoleon bij de Slag van Leipzig in 1813 wordt Nederland weer onafhankelijk.

Napoleon Bonaparte

Industrialisatie, nationalisme, wereldoorlogen,
ruimtevaart, massamedia.
Moderne Tijd
1.800 - heden
Europa en de wereld.
De Moderne Tijd begint aan het einde van de 18e eeuw als in Groot-Brittanië de industriële samenleving opkomt. Gedurende de eeuw daarop verstedelijkt ook de rest van Europa steeds meer en worden de meeste goederen in fabrieken gemaakt, met onder andere de technologische revolutie als gevolg.
Tegelijkertijd ziet de 19e eeuw ook de opkomst van het nationalisme en het imperialisme, een ontwikkeling die uiteindelijk leidt tot de Eerste Wereldoorlog (1914-1918).
Het einde van de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) valt samen met de introductie van de atoombom en het begin van de Koude Oorlog.
Andere kenmerkende ontwikkelingen voor de periode van na de Tweede Wereldoorlog zijn de afbouw van de koloniale rijken, een ongekende bevolkingsgroei, het begin van het ruimtevaarttijdperk, en de opkomst van moderne elektronica en elektronische massamedia.

De 11e missie van het Amerikaanse Apolloprogramma slaagt er op 20 juli 1969 in om de eerste mensen op de maan te zetten

Noord-Nederland.
Na de ontdekking dat wierdengrond een uitstekende grondverbeteraar is, begint men vanaf 1840 de wierden op grote schaal af te graven. De grond wordt verkocht en gebruikt voor het bemesten van arme landbouwgronden. De Ezinger grond vertrekt vooral richting Leekstermeer. Met de komst van kunstmest verdwijnt de handel in de jaren '30 naar de achtergrond. Door algehele schaarste tijdens de Tweede Wereldoorlog leeft deze nog even op, tot in 1943 de afgravingen bij wet verboden worden.

Afgravingen wierden (1840 - 1943)

Tussen 1924 en 1933 onderzoekt de archeoloog Albert van Giffen de wierde van Ezinge aan de hand van de zogeheten kwadrantenmethode. Naast veel gebruiksvoorwerpen en grafvelden legt Van Giffen in Ezinge als eerste de structuur van een dorp door de eeuwen heen bloot. Hij treft onder meer woonstalhuizen aan die dateren van ca. 600 en 400 jaar v. Chr.

Onderzoek Van Giffen aan de wierde van Ezinge (1924 - 1933)

Na de ontdekking van een enorm aardgasveld bij Slochteren in 1959 verandert er veel in Nederland. Overal worden er gasleidingen aangelegd en het gas levert de Staat veel geld op. Maar de grootschalige gaswinning heeft ook grondverzakkingen en aardbevingen tot gevolg. Sinds 1986 heeft het KNMI Noord-Nederland ruim 1000 bevingen geregistreerd. De recente beving bij Zeerijp (8 januari 2018) behoort met een kracht van 3,4 op de schaal van Richter tot de hevigste. De krachtigste aardbeving tot dusver (3,6 op de schaal van Richter) vond plaats bij Huizinge op 16 augustus 2012.

Gronings aardgas