Met de term 'Jonge Steentijd' wordt een periode aangeduid die na de laatste ijstijd begon, zo'n 12.000 jaar geleden, en 6000 - 8000 jaar duurde. Gebruiksvoorwerpen werden van steen gemaakt (zoals dat overigens ook al het geval was toen de eerste leden van onze huidige mensensoort ca. 40.000 jaar geleden vanuit Afrika naar Europa trokken; vroegere mensachtigen zoals 'Homo erectus' gebruikten steen bijna 2 miljoen jaar geleden ook al).
Niet alleen steen
In de Jonge Steentijd werden ook wel houten en benen gebruiksvoorwerpen gemaakt. In 1955 werd tijdens de aanleg van de A28 een prehistorische kano bij het Drentse dorp Pesse gevonden. De 'kano van Pesse' is ongeveer 10.000 jaar oud en is daarmee het oudste vaartuig ter wereld. Hij meet 300 bij 44 centimeter.
Kunstmatige ophogingen
Met het begin van de Jonge Steentijd (en het eindigen van de Laatste IJstijd) stegen de temperatuur en de zeespiegel. In Noord-Nederland rukte de zee op. Er was echter nog lang geen sprake van dat de mensen in dit gebied zich tegen de zee beschermden met behulp van kunstmatige ophogingen. Uit de Jonge Steentijd daterende ophogingen zijn wel buiten Nederland gevonden, zij het dat het hier niet gaat om ophogingen die bedoeld zijn als bescherming tegen de zee. In Syriƫ zijn op de archeologische site Tell Sabi Abyad in de Balikh Rivier vallei kunstmatige heuvels gevonden, 'tells' genaamd, die ontstaan zijn door eeuwen van menselijke bebouwing op een en dezelfde plaats. De oudste zijn 12.000 jaar oud.
Archeologische locatie Tell Sabi Abyad
Van jagen-verzamelen naar landbouw en veeteelt
In het Midden-Oosten kenmerkt de tweede helft van de Jonge Steentijd zich vanaf ongeveer 7.000 jaar geleden door een geleidelijke overgang van een samenleving van jager-verzamelaars met een rondtrekkend bestaan naar een samenleving van mensen die in nederzettingen woonden, aan landbouw en veeteelt deden en dieren domesticeerden. Deze overgang wordt aangeduid met de term 'neolithische revolutie'.
Van jagen-verzamelen naar landbouw
In Nederland liet deze overgang nog wat op zich wachten. Het ongeveer 7.000 jaar oude skelet van 'Trijntje', het oudste skelet dat ooit in Nederland is aangetroffen, is dan ook dat van een vrouw uit een cultuur van jagers-verzamelaars. (Trijntje werd in 1997 gevonden tijdens de aanleg van de Betuweroute bij Hardingxveld-Giessendam, vandaar de naam).
Einde Jonge Steentijd
In Nederland eindigde de Jonge Steendtijd rond 4.000 jaar geleden (2.000 v. Chr.), toen men brons ging gebruiken voor de vervaardiging van gebruiksvoorwerpen. Buiten Nederland liep de Jonge Steentijd in bepaalde gebieden 2.000 jaar eerder ten einde, toen men overging op het gebruik van koper. In Nederland is niet echt sprake geweest van een periode waarin men koper gebruikte alvorens over te gaan op brons.