In zijn ruime betekenis wordt de term 'Romeinse Tijd' doorgaans gebruikt om te verwijzen naar de periode die begint met de opkomst en expansie van Rome en eindigt met de val van het West-Romeinse Rijk. Het is dus ruwweg de tijd tussen 700 v. Chr. en 500 n. Chr.
Voor Nederland laat men het begin van de Romeinse Tijd samenvallen met het moment waarop de Romeinen ons land binnenvallen, rond het begin van de jaartelling. De 'Nederlandse Romeinse Tijd' is dus grofweg de periode tussen het begin van de jaartelling en 500 n. Chr.
In Noord-Nederland zijn de Romeinen aan de macht tussen 12 v. Chr. en 47 na Chr. Daarna trekken ze zich terug tot achter de Rijn, de noordgrens van hun rijk. In het Latijn heet deze grens 'limes'. Vlak bij Houten staat een replica van een Romeinse uitkijktoren bij de voormalige grensplaats Fectio.
Vondsten in de 'Nederlandse' Romeinse Tijd
1. Het meisje van Yde
In 1897 vonden arbeiders tijdens het turfsteken een lijk in het veen by Yde (Drenthe). Het bleek een naar schatting 16-jarig meisje te zijn uit het begin van de jaartelling. Mogelijk was het een offer aan de goden. In 1994 werd haar gezicht gereconstrueerd.
2. Het schrijfplankje van Tolsum
Bij afgravingen op de wierde van Tolsum (Friesland) werd in 1914 een Romeins wastafeltje gevonden. Daarop staat een overeenkomst in het Latijn over de terugbetaling van een geldlening. Het is de oudste tekst die in Nederland is aangetroffen. Het plankje dateert van 29 jaar na Chr.
Het schrijfplankje van Tolsum
3. Jupiterbeeldje
In 1929 werd in Ezinge (Groningen) een beeldje van de Romeinse oppergod Jupiter gevonden. Vermoedelijk was het daar beland door handelscontacten tussen lokale bewoners en de Romeinen. Het kan ook een souvenir geweest zijn van iemand die een reis naar Romeins gebied maakte. Het beeldje wordt gedateerd op 250 jaar na Chr.